xx
ondernemingsraad
- Wanneer is een OR verplicht?
- Wat is een OR-reglement?
- Wat is het verschil tussen een ondernemingsraad (OR) en een Personeelsvertegenwoordiging (PVT)?
- Welke nieuwe rechten krijgt de ondernemingsraad bij faillissement?
- Welke nieuwe rechten krijgt de ondernemingsraad bij de loontransparantiewet?
- Wanneer moet ons bedrijf een Europese ondernemingsraad instellen?
rechten en plichten
Wet op de Ondernemingsraden
Wanneer is een OR verplicht?
Als een organisatie tussen de 10 en de 50 medewerkers heeft, dan is de organisatie (volgens de Wet op de Ondernemingsraden - WOR), verplicht om een Personeelsvertegenwoordiging (PVT) op te richten (artikel 35c WOR).
Als een organisatie meer dan 50 medewerkers heeft dan is er, volgens diezelfde WOR (artikel 2), de verplichting om een ondernemingsraad (OR) op te richten.
Het initiatief om een OR op te richten kan door de werkgever gedaan worden, op eigen initiatief op aanraden van een groep medewerkers in de organisatie.
Hoewel het oprichten van een PVT of OR verplicht is volgens de wet, is er geen handhaving. Er zal geen politie of inspectie aan de deur komen om een boete uit te delen.
Voordat er daadwerkelijk een eerste OR in de organisatie is zal er een OR-reglement geschreven moeten worden, waarin de verkiezing van de OR-leden is vastgelegd. Het is aan de werkgever om dit eerste reglement te schrijven.
In de praktijk zien we dat werkgevers vaak een ‘oprichtingsgroep’ opzetten, bestaande uit verschillende medewerkers, om samen het reglement te schrijven en de verkiezingen te organiseren.
Wat is een OR-reglement?
Een OR is volgens de Wet op de Ondernemingsraden (artikel 8 WOR) verplicht om een eigen OR-reglement op te stellen.
In het reglement staan afspraken over de interne werkwijze van de OR. Omdat het over de interne werkwijze van de OR gaat, is het ook aan de OR om het reglement aan te passen of te wijzigen.
Elke wijziging in het OR-reglement moet worden voorgelegd aan de Bestuurder (zie Bestuurder in deze FAQ), zodat die kan controleren of het reglement voldoet aan de wet- en regelgeving. Er is geen goedkeuring van de Bestuurder nodig voor het wijzigen van het OR-reglement.
Wil je met de Bestuurder afspraken maken over kosten of zaken die je van de Bestuurder verwacht of die hij moet doen (zoals een faciliteitenregeling voor OR-uren)? Die afspraken kun je niet vastleggen in het OR-reglement. Dit moet worden geregeld in een convenant tussen de OR en de Bestuurder.
lees meer: OR-reglement: hoe, waarom en aanpassen
Wat doet de voorzitter van de OR?
In artikel 7 WOR staat beschreven dat de voorzitter, en een plaatsvervangend voorzitter (vice voorzitter), wordt gekozen uit alle leden van de OR; op welke manier is vastgelegd in het OR-reglement van de OR.
lees meer: dagelijks bestuur van de OR: wat doen de voorzitter en secretaris?
Wat doet de secretaris van de OR?
De enige keer dat de secretaris van de OR wordt genoemd in de WOR is in artikel 23a: de secretaris van de OR maakt het verslag van de Overlegvergadering (tenzij OR en Bestuurder samen anders besluiten) en de agenda van de OR-vergadering.
Alle andere taken van de secretaris staan in het OR-reglement benoemd (zie ook “Wat is een OR-reglement?” in deze FAQ)
lees meer: dagelijks bestuur van de OR: wat doen de voorzitter en secretaris?
Wat doet de Ambtelijk Secretaris (AS) van de OR?
Alle leden van het DB zijn verkozen OR-leden met een ‘extra taak’. De ambtelijk secretaris is geen gekozen OR-lid, maar iemand die is ingehuurd om de OR en/of het DB te ondersteunen bij het uitvoeren van taken. Anders gezegd: de AS is een medewerker en de OR is de ‘werkgever’.
lees meer: ambtelijk secretaris van de OR: rol, taak en bevoegdheden
Hoe vaak overleggen Bestuurder en OR per jaar?
Gemiddeld overleggen de Bestuurder en de OR 6 tot 7 keer per jaar, maar dat is afhankelijk van het aantal veranderingen of ontwikkelingen (en dus ook het aantal advies- en instemmingsaanvragen) in de organisatie.
Andersom: er moeten voldoende vergaderingen zijn zodat de Bestuurder de OR in een Overlegvergadering goed en blijvend op de hoogte kan houden van alle veranderingen in de organisatie. Dus verandert er veel in 6 weken? Misschien moet je dan wel elke maand een Overlegvergadering organiseren.
Lees hier meer: overleggen tussen OR en Bestuurder: wat moet er?
Op hoeveel vakantiedagen heeft een fulltime medewerker wettelijk recht?
Een fulltime medewerker (40 uur) heeft recht op 20 wettelijke vakantiedagen per jaar. Dit zijn 4 keer het aantal werkuren per week. Deze dagen vervallen 6 maanden na het opbouwjaar.
Lees het complete artikel over vakantiedagen en OR-rechten →
Wie zijn ‘in de onderneming werkzame personen’ volgens de WOR?
Volgens de WOR zijn ‘de in de onderneming werkzame personen’ in twee groepen te onderscheiden:
- de medewerkers die een arbeidsovereenkomst hebben met de Nederlandse organisatie (= de organisatie waar de OR de OR van is). Een dienstverband voor onbepaalde tijd of tijdelijk, fulltime of parttime (of nulurencontract) maakt daarin niet uit
- alle uitzendkrachten die ten minste 15 maanden werkzaam zijn bij de Nederlandse organisatie (= inlener)
Uitzendkrachten (minder dan 15 maanden) en gedetacheerden die elders dan in de eigen onderneming werken, tellen volgens de WOR mee bij de uitlener (het uitzendbureau of detacheringsbureau).
OR en Bestuurder kunnen samen andere afspraken maken en de groep ‘in de onderneming werkzame personen’ uitbreiden. Bijvoorbeeld met mensen die vrijwillig bij de organisatie werken, gedetacheerden, of uitzendkrachten die minder dan 15 maanden bij de organisatie werken.
Wat is instemmingsrecht?
De Bestuurder moet verplicht veranderingen op het gebied van sociaal beleid (alles wat direct de medewerkers aangaat) voorleggen aan de OR en aan de OR om instemming vragen. Dat noemen we een instemmingsaanvraag.
De onderwerpen waar instemming over moet worden gevraagd zijn vastgelegd in artikel 27 WOR. De Bestuurder mag niet kiezen, maar is verplicht om over deze onderwerpen instemming aan de OR te vragen.
Nadat de Bestuurder het officiële antwoord van de OR op de instemmingvraag heeft ontvangen, moet hij een besluit nemen over wat daarmee te doen.
Zonder instemming van de OR mag de Bestuurder de voorgenomen veranderingen niet uitvoeren. Als de OR niet instemt, dan kan de Bestuurder naar de kantonrechter gaan om ‘vervangende instemming’ te vragen.
Een samenvatting van de instemmingsplichtige onderwerpen in artikel 27 WOR:
A: pensioen, winstdeling of spaarregeling
B: werktijden, rusttijden of vakantieregeling
C: beloning- of functioneringssysteem.
D: arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim, re-integratiebeleid
E: aanstelling, ontslag of bevorderingsbeleid
F: personeelsopleiding
G: personeelsbeoordeling
H: bedrijfsmaatschappelijk werk
I: werkoverleg
J: behandeling van klachten
K: regeling verwerken én beschermen persoonsgegevens (privacy)
L: controle van gedrag/aanwezigheid/prestaties medewerkers
M: regeling melden van vermoeden van misstand - klokkenluidersprocedure
Maak het jezelf makkelijk en vraag het WOR-kaartje aan: het WOR-kaartje voor de ondernemingsraad
Wat is adviesrecht?
De Bestuurder moet verplicht veranderingen op het gebied het organisatorisch beleid (alles wat de organisatie en niet direct de mensen aangaat) voorleggen aan de OR en aan de OR om advies vragen. Dat noemen we een adviesaanvraag.
De onderwerpen waar advies over moet worden gevraagd zijn vastgelegd in artikel 27 WOR. De Bestuurder mag niet kiezen, maar is verplicht om over deze onderwerpen advies aan de OR te vragen.
Nadat de Bestuurder het officiële antwoord van de OR ontvangen heeft op de adviesaanvraag, moet hij een besluit nemen over wat daarmee te doen.
Als de Bestuurder het advies (of de deeladviezen) niet (helemaal) wil opvolgen, dan moet hij met duidelijke en onderbouwde argumenten aangeven waarom hij dat niet wil doen.
Als de Bestuurder de adviezen, beargumenteerd, niet (helemaal) overneemt, dan moet hij verplicht een maand wachten met het uitvoeren van het voorgenomen besluit. In die maand kan de OR besluiten om naar de Ondernemingskamer te gaan en de rechter vragen om de uitvoering van het voorgenomen besluit te verbieden.
Een samenvatting van de adviesplichtige onderwerpen in artikel 25 WOR:
A: overdracht zeggenschap
B: overname/afstoten van een onderneming, wijziging/aangaan samenwerking, deelneming
C: beëindiging (sluiting) werkzaamheden
D: inkrimping, uitbreiding of wijziging van het werk
E: wijziging organisatie en/of verdeling bevoegdheden
F: wijziging plaats van vestiging/verhuizing
G: groepsgewijs werven of inlenen arbeidskrachten
H: belangrijke investering
I: aantrekken krediet
J: verstrekken krediet
K: invoering/wijziging technologische voorziening
L: treffen belangrijke (beleidsmatige, organisatorische of administratieve) milieumaatregel
M: regeling ‘eigen-risico drager’ arbeidsongeschiktheid (WIA)
N: externe adviesopdracht over A t/m M
Maak het jezelf makkelijk en vraag het WOR-kaartje aan: het WOR-kaartje voor de ondernemingsraad.
Wie is de Bestuurder?
De Bestuurder is de (officieel enige) gesprekspartner van de OR. Volgens artikel 1e WOR is de Bestuurder degene die "de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid". Met andere woorden: de hoogst verantwoordelijke in de Nederlandse organisatie.
Ook al is er een directieteam of een managementteam, er is één persoon die de uiteindelijke beslissingen neemt in de (Nederlandse) organisatie. Dat is de Bestuurder. De OR moet een Bestuurder hebben waar zij afspraken mee kan maken en die het mandaat of de macht heeft om die afspraken met de OR te maken én ook te zorgen dat de organisatie die afspraken zal naleven.
Wat is de Wet op de Ondernemingsraden (WOR)?
De Wet op de Ondernemingsraden (WOR) is een wet die oorspronkelijk is opgesteld in 1950 en is gebaseerd op het principe van een organisatiestructuur in Nederland met een (Nederlandse) directie. De WOR houdt geen rekening met later ontwikkelde bestuursmodellen zoals een matrixorganisatie.
In alle andere situaties dan het 'traditionele organisatiemodel' moet de WOR worden geïnterpreteerd met wat nou de bedoeling van de wet is en de jurisprudentie (eerdere uitspraken van rechters bij meningsverschillen over de uitleg van de WOR).
Zo blijven alle artikelen van de WOR altijd van toepassing op de (Nederlandse) organisatie, zelfs als besluiten buiten Nederland worden genomen.
lees hier meer: Wet op de Ondernemingsraden (WOR)
Wat is het verschil tussen een ondernemingsraad (OR) en een Personeelsvertegenwoordiging (PVT)?
Het verschil tussen een ondernemingsraad (OR) en een Personeelsvertegenwoordiging (PVT) zit in de rechten die de OR en PVT hebben en in het aantal medewerkers in de organisatie.
Als een organisatie tussen de 10 en de 50 medewerkers heeft, dan is de organisatie (volgens de Wet op de Ondernemingsraden - WOR), verplicht om een Personeelsvertegenwoordiging (PVT) op te richten (artikel 35c WOR).
Als een organisatie meer dan 50 medewerkers heeft, dan is er (volgens diezelfde WOR (artikel 2)), de verplichting om een ondernemingsraad (OR) op te richten.
De rechten, verplichtingen, faciliteiten en bevoegdheden van de PVT zijn op een vrij ingewikkelde manier in de WOR opgenomen; de WOR gaat eigenlijk alleen over de OR.
De daadwerkelijke rechten voor de PVT staan alleen vermeld in artikel 35 c en artikel 35 d, met verwijzingen naar artikelen over de OR.
| PVT | Ondernemingsraad (OR) | |
| minder dan 10 medewerkers | - vrijwillig - zonder PVT verplicht om 2x per jaar een personeelsvergadering te organiseren |
|
| 10 tot 50 medewerkers in de organisatie | - niet verplicht - verplicht als meerderheid van de medewerkers daarom vraagt (artikel 35c, tweede lid, WOR) |
- vrijwillig bij minder dan 50 medewerkers - verplicht bij meer dan 50 medewerkers |
| aantal leden | minimaal 3 (artikel 35c, eerste lid, WOR) | minimaal 5 (aantal loopt op bij toenemend aantal medewerkers) (artikel 6 WOR) |
| verkiezingen | leden worden gekozen door en uit de in de organisatie werkzame personen (minstens 3 maanden in dienst) | |
| afspiegeling | PVT/OR moet zoveel mogelijk een afspiegeling zijn van de organisatie / de afdelingen / bedrijfsonderdelen / etc. | |
| deskundigen uitnodigen (Bestuurder moet betalen) | na toestemming Bestuurder (artikel 35c vijfde lid WOR) | zonder toestemming Bestuurder (alleen kennisgeving) (artikel 16 WOR) |
| overleg Bestuurder | minimaal 2x per jaar | geen minimum en geen maximum |
| adviesrecht | - vermindering van arbeidsplaatsen (ontslag) - veranderingen in arbeid of arbeidsvoorwaarden voor minimaal 25% van de medewerkers - geen beroep (rechtsgang) mogelijk op het besluit van de ondernemer (artikel 35c derde lid WOR) - alle instemmingsplichtige onderwerpen in artikel 27 WOR |
- alle adviesplichtige onderwerpen in artikel 25 WOR - beroep mogelijk - opschorting van 1 maand van besluit Bestuurder als OR advies niet of onvoldoende opgevolgd wordt (artikel 25 zesde lid WOR) |
| instemmingsrecht | instemmingsrecht bij de vaststelling, wijziging of intrekking van een werktijdenregeling, een arbeidsomstandigheden regeling en een ziekteverzuim regeling (artikel 35c derde lid WOR) |
alle instemmingsplichtige onderwerpen in artikel 27 WOR |
| recht op informatie | - algemene gang van zaken - financieel beleid - sociaal beleid - arbeidsvoorwaarde pensioen |
- verplicht alle informatie die redelijkerwijs nodigis voor de taak van de OR (o.a. artikel 24, 25, 27 en 31 WOR) - desgevraagd schriftelijk |
| initiatiefrecht | niet vastgelegd of geregeld in de WOR, PVT valt terug op informatierecht en overlegvergadering | ja (artikel 23 WOR) |
Welke nieuwe rechten krijgt de ondernemingsraad bij faillissement?
Als het WOVOF-wetsvoorstel wordt aangenomen krijgt de OR wettelijk adviesrecht bij doorstartbeslissingen. De curator moet minimaal 3 dagen voor advies geven. Bestuurders moeten de OR informeren bij dreigend faillissement. Alle medewerkers zouden automatisch overgaan naar nieuwe eigenaar. Het wetsvoorstel moet nog door Raad van State, Tweede en Eerste Kamer. Lees het volledige artikel over ondernemingsraad faillissement voor alle praktische details.
Welke nieuwe rechten krijgt de ondernemingsraad bij de loontransparantiewet?
De OR krijgt instemmingsrecht over objectieve beloningscriteria en medewerkercategorieën via de uitbreiding van artikel 27 WOR. Raadpleging bij loonrapportages voor bedrijven met 100+ medewerkers. Instemmingsrecht over plannen om loonverschillen op te lossen. Het wetsvoorstel moet nog door Raad van State en beide Kamers, beoogde invoering juni 2026. Lees het volledige artikel over OR-rechten loontransparantie voor alle praktische voorbereidingstips.
Wanneer moet ons bedrijf een Europese ondernemingsraad instellen?
Jouw bedrijf moet een EOR instellen bij vestigingen in minimaal 2 EU-landen, totaal minimaal 1000 werknemers en minimaal 195 werknemers in de kleinste vestiging. De nieuwe EOR-richtlijn versterkt de rechten vanaf 2028. Lees het volledige artikel over wat de herziene richtlijn betekent voor jouw OR en welke acties je nu al kunt ondernemen.
Welke rechten heeft de OR bij de invoering van AI in de organisatie?
De OR heeft verschillende WOR-rechten bij AI-invoering, afhankelijk van de impact op medewerkers. De EU AI-wet versterkt deze rechten sinds februari 2025. Het nieuwe OR praktijkboek de OR en AI-beleid legt precies uit welke rechten wanneer van toepassing zijn, met concrete stappenplannen en sjablonen om direct mee aan de slag te gaan. Download het boek kosteloos via CT2.nl.
Wat verandert er in de Arbowet voor de OR in 2026?
Als het wetsvoorstel komt krijgt de OR sterkere rechten bij arbeidsomstandigheden. De Bestuurder raadpleegt de OR dan over 6 concrete onderwerpen zoals bedrijfshulpverlening en de RI&E. Minister Paul stuurde dit voorstel naar de Tweede Kamer in oktober 2025. Lees het artikel over de voorgestelde wijzigingen.